Uit de planten of het andere basismateriaal wordt eerst een oertinctuur (oorspronkelijke stof - vaak sap) bereid, die stapsgewijs wordt verdund en meestal twee keer geschud. Dit proces wordt potentieren genoemd. Er wordt gepotentieerd in stappen van 1 op 10 of 1 op 100. In het eerste geval ontstaat een D (decimaal)-potentie en in het tweede een C (centesimaal)-potentie.
Hierbij doet zich het opmerkelijke feit voor, dat naarmate de oertinctuur meer verdund en geschud is, de werking van het middel sterker is. Dit proces van verdunnen en schudden noemen wij dynamiseren: met deze methode wordt de energie van het oorspronkelijke middel overgedragen aan de (alcohol)oplossing. Achter de Latijnse naam van het middel staat de verdunning, bijvoorbeeld Arnica D3. Er zijn ook nog hogere potenties dan de C-verdunning. Een bijzonder plaats nemen de LM (50 duizend) potenties in.
Bij de homeopatische geneesmiddelen in de hoge potenties is geen enkel molecuul van de basisstof meer terug te vinden. Het oorspronkelijke middel heeft zijn energie overgedragen aan de oplossing. Dit maakt het mogelijk dat de middelen ook op fijn energetisch niveau werken. Zij kunnen in het besturingssysteem of het wezen van een mens veranderingen bewerkstelligen.
Homeopathische geneesmiddelen zijn verkrijgbaar in de vorm van druppels, korrels en tabletten. Druppels neemt men meestal in met wat water, maar zo in de mond kan ook. De andere twee vormen laat men ook in de mond, eventueel onder de tong, oplossen. Het is goed een homeopathisch middel zo lang mogelijk in de mond te houden en het minstens tien minuten voor of ruim na de maaltijd in te nemen (dus op schone slijmvliezen). Of elk ander tijdstip van de dag, als de mond maar schoon is.
Er zijn ook middelen voor uitwendig gebruik in de vorm van zalf, crème of gelei die als homeopathisch geneesmiddel worden verkocht, maar dat in strikte zin niet zijn. Veel producten worden als "homeopathisch" aangeprezen. Wat dat betreft zou het mij niets verbazen als Dr. Oetker eerdaags een homeopatische pannenkoekenmix op de markt brengt.
In de homeopathie is het begrip "houdbaarheid" van een geneesmiddel niet zo goed hanteerbaar, omdat de werkingsduur van een middel meestal niet precies is vast te stellen. Dat is dan ook de reden dat op de verpakking en/of bijsluiter van een homeopathisch geneesmiddel veelal slechts wordt vermeld, wanneer men het beter niet meer kan gebruiken. Voor de middelen die u in mijn praktijk meekrijgt geldt een uiterste houdbaarheidsdatum van drie maanden. Volg ook altijd de eventuele verdere aanwijzingen zoals: goed sluiten, niet in de zon zetten, droog en in het donker bewaren.
Een stukje geschiedenis
De homeopathische geneeswijze is veel ouder dan menigeen denkt. Voor onze jaartelling schreef de Griekse geleerde Hippocrates - die leefde van 460 tot 377 voor Christus - over deze methode. Van hem is ook het zogenaamde "Similia-principe" afkomstig, dat in praktisch elk verhaal over homeopathie te vinden is. De volledige Latijnse regel luidt: "Similia similibus curantur". Enigszins vrij vertaald betekent dat: "het gelijke zal door het gelijkende genezen worden". Men kan echter ook zeggen: De zieke kan genezen worden door een middel dat dezelfde kenmerken heeft als het ziektebeeld dat hij vertoont.
Hahnemann
In de achttiende eeuw werd deze geneeswijze door de Duitse arts en scheikundige Samuel Hahnemann als het ware opnieuw ontdekt. Hij gebruikte voor het eerst de naam "homeopathie", afgeleid van de Griekse woorden homoios (gelijksoortig) en pathos (lijden).
Onderscheid klassieke en klinische homeopathie
Klassieke homeopathie behandelt de hele mens. Dat wil zeggen: kijkt naar zowel de lichamelijke als psychische klachten. Door een patiënt niet alleen over zijn ziekteverschijnselen, maar ook over zijn mentale, emotionele en lichamelijke aangeboren en verworven eigenschappen te laten vertellen en na te vragen, probeert de homeopaat het voor de actuele situatie meest passende middel en uiteindelijk de constitutie van die persoon (zijn gesteldheid) vast te stellen. Kort en bondig kan men zeggen, dat de klassieke homeopathie de mens als geheel centraal stelt:
Niet de ziekte, maar de zieke mens met zijn klachten wordt behandeld.
Klinische homeopathie noemt men die methode, waarbij de homeopaat kiest voor een middel dat meer correspondeert met de symptomen van de ziekte, dan met de algemene symptomen van de patiënt. Niet de gehele persoon, maar de ziekte staat centraal.
Het onderscheid tussen de 'klassieke' en 'klinische' benadering blijft wat kunstmatig. In een acute situatie gaan beide stromingen vaak min of meer klinisch te werk. In deze situaties staan de heftige symptomen zo op de voorgrond, zijn zo allesoverheersend aanwezig dat er vaak geen twijfel bestaat over het geïndiceerde middel. De symptomen bieden zich aan op een presenteerblad en de homeopaat hoeft tijdens bijvoorbeeld hoge koorts of heftige pijnaanvallen echt niet naar de eventuele hobby's van de patiënt te informeren. Volgens de richtlijnen van de NVKH en VHAN dient altijd gezocht te worden naar het middel dat optimaal bij de persoon en diens situatie past.
Zelfzorg-medicatie
Zelfzorg of zelfmedicatie in de homeopathie is het zelf behandelen van aandoeningen en klachten van niet ernstige en meestal tijdelijke aard met homeopathische geneesmiddelen. Enkele concrete voorbeelden: verkoudheid, hoofdpijn, hooikoorts en kneuzing. Hoewel een bepaald middel door de drogist of apotheek kan worden aanbevolen, is het altijd aan te raden de bijsluiter van het geneesmiddel goed door te lezen, dan wel vooraf één van de vele goede boeken voor verantwoorde zelfmedicatie te raadplegen.







